Basissætninger

Her er nogle enkle sætninger på hollandsk du kan bruge i hverdagssamtaler, samt nogle almindelige ord man ser på skilte.

jaja
neenej
alsjeblieft
alstublieft
dank je
dank u
hartelijk dankmange tak
graag gedaanselv tak

At sige goddag og farvel

hallogoddag
goededag
goedemorgengodmorgen
goedemiddaggoddag
goedenamiddag
goedeavondgodaften
welkom!velkommen!
tot ziens!vi ses!
doeihej hej
daag
goedenachtgodnat
een prettige dag!hav en god dag!

Apologising and getting someone's attention

excuseer me
sorryundskyld
geen probleemdet gør ikke noget

At gøre dig forståelig

spreek je Engels?
spreekt u Engels?taler du engelsk?
spreek je Nederlands?
spreekt u Nederlands?
ik spreek geen Nederlands
ik spreek niet goed Nederlands
ik spreek een beetje Nederlands
ik spreek een heel klein beetje Nederlands
alsjeblieft, spreek langzamer
alstublieft, spreek langzamer
kan u dat alstublieft herhalen?
ik versta het nietjeg forstår ikke

Andre basissætninger

ik weet het nietdet ved jeg ikke
waar zijn de toiletten, alsjeblieft?
waar zijn de toiletten, alstublieft?